Gebruiksaanwijzing Stormbaan (versie 1‑5‑2026)

1. Opzetten van het speeltoestel

  • Het opzetten en afbreken van de stormbaan dient altijd door minimaal twee volwassenen te gebeuren.

  • Rol de stormbaan uit op een vlakke, stabiele en bij voorkeur zachte ondergrond, zoals gras, zand of rubberen tegels/matten.

  • Plaats het speeltoestel niet in een brandgevaarlijke omgeving en niet op een helling steiler dan 5%.

  • Controleer of zich geen scherpe of harde voorwerpen op of onder het speeltoestel bevinden.

  • Houd rondom het speeltoestel een vrije ruimte van minimaal 180 cm.
    Boven het speeltoestel moet eveneens voldoende vrije ruimte aanwezig zijn.

Meerdelige stormbanen

  • Tweedelige stormbaan: leg beide delen tegen elkaar en rol deze naar buiten toe uit.

  • Driedelige stormbaan: leg eerst deel 1 en 2 tegen elkaar en rol deze uit. Leg vervolgens deel 3 tegen deel 2 en rol deze eveneens uit.

  • Bevestig de delen stevig aan elkaar met het meegeleverde touw/spanband en het klittenband.

  • Controleer of het klittenband goed functioneert en stevig is bevestigd.

Blowers en elektriciteit

  • Sluit de blower(s) aan op een geaard stopcontact (230V).

  • Plaats alle blowers aan dezelfde zijde van het speeltoestel.

  • Maximaal twee blowers per stroomgroep.

  • Gebruik bij voorkeur geen verlengsnoer. Indien noodzakelijk moet dit volledig worden uitgerold.

  • Bescherm stekkers altijd tegen water.

  • Plaats de blower(s) op minimaal 1,6 meter afstand, buiten looproutes en buiten bereik van derden.

  • Sluit alle luchtuitlaten (ritsen) vóór het opblazen.

Verankering

  • Buitengebruik: veranker de stormbaan aan alle aanwezige verankeringspunten met de meegeleverde haringen.
    Haringen mogen maximaal 25 mm boven de grond uitsteken.

  • Binnengebruik: gebruik een geschikt verankerings‑ en/of ballastsysteem.

  • Op harde ondergronden waar haringen niet mogelijk zijn, moet de stormbaan aan een vast object worden bevestigd.

  • Tijdens het opblazen mogen geen personen in of op de stormbaan aanwezig zijn.

  • Controleer of de stormbaan volledig is opgeblazen en geen scheuren vertoont.
    Licht luchtverlies via naden is normaal.

  • Gebruik de stormbaan nooit bij windkracht 5 Beaufort of hoger.

  • Bij gebruik in het donker moet de omgeving voldoende en veilig verlicht zijn.

2. Afbouwen van het speeltoestel

  • Begin pas met afbouwen wanneer alle personen het speeltoestel hebben verlaten.

  • Maak de verankering los, schakel de blower(s) uit en verwijder deze van de luchtinlaatpijp(en).

  • Open alle luchtuitlaten en laat de stormbaan volledig leeglopen.

  • Maak bij meerdelige stormbanen het klittenband los en verwijder het touw/spanband.

  • Vouw elk deel over de lengte tot halverwege naar binnen, vouw daarna verder tot het speeltoestel in lagen ligt.

  • Rol het speeltoestel zo compact mogelijk op.
    Bij meerdelige stormbanen: rol van buiten naar binnen, zodat de volgende gebruiker de delen eenvoudig kan uitrollen.

  • Bevestig de meegeleverde spanband stevig.

3. Aanwijzingen voor gebruik

  • Maximaal aantal gelijktijdige gebruikers:

  • 1‑ of 2‑delige stormbaan: maximaal 6 personen

  • 3‑delige stormbaan: maximaal 12 personen

  • Minimumleeftijd: 4 jaar
    Maximale gebruikerslengte: 180 cm

  • Klimmen of hangen aan randen en bogen is niet toegestaan.

  • Geen extra obstakels of moeilijkheidsfactoren aanbrengen.

  • Gebruik zonder schoenen.

  • Brillen bij voorkeur afdoen.

  • Geen harde, scherpe of losse voorwerpen meenemen.

  • Ruig spel, duwen en salto's zijn verboden.

  • Geen eten, drinken of kauwgom op de stormbaan.

  • Houd in‑ en uitgangen altijd vrij.

  • Laat grote en kleine gebruikers afwisselend spelen.

  • De stormbaan en blower(s) zijn bestand tegen water, maar stekkers moeten altijd droog blijven.

  • Bij luchtverlies moet de stormbaan direct worden verlaten.

4. Toezicht en veiligheid

  • Gebruik zonder toezichthouder is niet toegestaan.

  • De toezichthouder moet minimaal 18 jaar zijn en deze gebruiksaanwijzing kennen.

  • De toezichthouder dient zichtbaar te zijn en mag gebruikmaken van signalen (bijvoorbeeld een fluitje).

  • Bij onbeheerd achterlaten moeten blowers worden uitgeschakeld en de stormbaan worden leeggelaten.

  • Bij calamiteiten moeten alle gebruikers onmiddellijk het speeltoestel verlaten.

  • Bij twijfel over veiligheid of werking altijd contact opnemen met verhuurder.

5. Overige bepalingen

  • Het speeltoestel dient schoon en droog te worden geretourneerd.
    Extra schoonmaakkosten kunnen in rekening worden gebracht (overmacht zoals regen uitgezonderd).

  • Gebruik van de stormbaan in combinatie met alcohol en/of drugs is strikt verboden.